Actueel

Het verband tussen eenzaamheid en psychische aandoeningen

ma 11 nov 2019

Volwassenen die zich eenzaam voelen hebben een groter risico om een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis te ontwikkelen dan niet-eenzame volwassenen. Dit is één van de bevindingen uit recent onderzoek van het Trimbos-intituut.

Uit eerdere studies bleek al dat eenzaamheid verhoudingsgewijs vaak voorkomt bij mensen met een psychische aandoening. Er is echter minder kennis over de volgtijdelijke relatie. Is eenzaamheid een risicofactor voor het ontstaan en voortduren van een psychische aandoening. Of is het omgekeerde het geval? Wij deden onderzoek naar deze volgtijdelijke relatie. Hiervoor zijn NEMESIS-2 gegevens gebruikt van de circa 4.000 volwassenen die deelnamen aan de derde en vierde meting van dit grootschalige bevolkingsonderzoek naar psychische gezondheid.

Eenzaamheid als risicofactor
Bij de personen zonder een psychische aandoening bleek eenzaamheid een risicofactor te zijn voor het drie jaar later ontwikkelen van een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis. Ook wanneer rekening werd gehouden met andere relevante factoren, zoals sociaal-demografische kenmerken, lichamelijke gezondheid en negatieve levensgebeurtenissen. Daarnaast bleek eenzaamheid bij de personen die al een psychische aandoening hadden, het risico te verhogen dat er na drie jaar nog steeds sprake was van een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis.

Psychische aandoening als risicofactor
Omgekeerd bleek dat mensen met een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis een verhoogde kans hadden om drie jaar later gevoelens van eenzaamheid te hebben ontwikkeld, ook na controle voor de invloed van andere factoren. Bij de personen die zich al eenzaam voelden had het hebben van een psychische aandoening geen invloed op het voortduren van eenzaamheid.

Implicaties
Hulpverleners dienen alert te zijn op eenzaamheid, zowel bij volwassenen met als zonder psychische aandoeningen. Daarnaast is meer onderzoek nodig naar verklarende mechanismen voor de gevonden verbanden om effectieve interventies te ontwikkelen. (bron: Trimbos-instituut)


Referentie
Nuyen, J., Tuithof, M., de Graaf, R. et al. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol (2019). https://doi.org/10.1007/s00127-019-01778-8