Actueel

Hoe houden we mensen in de stad psychisch heel?

ma 11 nov 2019

Mensen die in de stad wonen, krijgen relatief vaak te maken met psychische problemen en aandoeningen zoals depressie, angst en verslaving. Meer dan 50% van de wereldbevolking leeft in stedelijk gebied en naar verwachting stijgt dit aantal in 2050 tot bijna 70%. Het risico dat de psychische problematiek toeneemt, wordt alleen maar groter. Ondanks al het wetenschappelijk onderzoek en alle behandel- en preventiemethoden, neemt het aantal mensen met psychische problemen niet af.

Waarom floreert de één in de stad, terwijl de ander vast komt te zitten? Deze vraag vormt het uitgangspunt van het onderzoek van het Centre for Urban Mental Health van de Universiteit van Amsterdam (UvA), waarin de UvA de komende vijf jaar 10 miljoen euro investeert. De focus ligt op angst, depressie en verslaving; de drie meest voorkomende psychische problemen en aandoeningen.

Onvoldoende vooruitgang
Bij psychische aandoeningen spelen veel aspecten een rol, zoals (neuro)biologische, genetische, cognitieve, aangeleerde en sociaaleconomische factoren, maar ook familie is van invloed en bijvoorbeeld de buurt waarin iemand woont. Daarnaast zijn er ook nog de factoren die van invloed zijn op iemands kwetsbaarheid, bijvoorbeeld eenzaamheid, slaapproblemen of een slechte lichamelijke gezondheid. Traditioneel wordt in onderzoek naar psychische aandoeningen meestal gekeken naar één specifieke factor op één moment, waarbij de samenhang tussen deze factoren niet meegenomen wordt. Hierdoor krijgt de wetenschap onvoldoende grip op hoe al die verschillende aspecten elkaar beïnvloeden op verschillende tijdstippen en wordt er onvoldoende vooruitgang geboekt in behandeling. Zo reageert circa de helft van de patiënten met een depressie niet op behandeling en bij diegenen bij wie het wel werkt, keren de psychische problemen na verloop van tijd vaak terug. Bij middelenverslaving reageren de meeste mensen wel op behandeling, maar valt na een aantal jaar ongeveer de helft (afhankelijk van het middel) terug. “In het Centre for Urban Mental Health omarmen we deze verwevenheid van psychische problemen en aandoeningen met behulp van een inter- en transdisciplinaire aanpak”, vertelt Claudi Bockting, hoogleraar Klinische psychologie in de psychiatrie en codirecteur van het centrum. “Hiermee verwachten we tot nieuwe aangrijpingspunten te komen voor interventies die niet alleen gericht zijn op de persoon zelf, maar ook op maatschappelijke factoren zoals de gevolgen van sociale ongelijkheid.”

“Deze aanpak op systeemniveau wordt ook wel ‘complexiteitsbenadering’ genoemd. Dit wordt dan ook de gemeenschappelijke taal van het onderzoek in het centrum”, vult codirecteur en hoogleraar Ontwikkelingspsychopathologie Reinout Wiers aan. “Ons doel is het ontrafelen van de complexe netwerken van factoren die de geestelijke gezondheid van mensen in stedelijke omgevingen beïnvloeden. Dat lukt ons niet als we het vraagstuk uitsluitend vanuit de psychologie en psychiatrie blijven benaderen. We slaan daarom de handen ineen met onze collega’s uit andere disciplines zoals de computationele wetenschappen en neurobiologie, maar bijvoorbeeld ook de communicatiewetenschap.”

‘Game changer’
Een cruciale rol is weggelegd voor de complexiteitswetenschap. Betrokken hoogleraar Complexe Adaptieve Systemen en wetenschappelijk directeur van het Institute for Advanced Study (IAS) Peter Sloot heeft vanuit het IAS in de afgelopen jaren een grote body of knowledge opgebouwd in de complexiteitswetenschap. Sloot: “Deze wetenschap stelt ons in staat om in al die verknoopte relaties causale verbanden te ontdekken en numerieke voorspellingen te doen over de uitkomsten van mogelijke interventies. Iets vergelijkbaars hebben we eerder laten zien met onderzoek naar bijvoorbeeld verstoringen in criminele netwerken en, heel recent, met een studie naar de effecten van sociale-norminterventies op het voorkomen van obesitas in de stad. Wat we nu met elkaar gaan doen binnen het Centre for Urban Mental Health is van ongekende schaal en kan de game changer worden als het gaat om de aanpak van psychische problematiek in de stad.” (bron: UvA)