Actueel

Recensies Counselling Magazine oktober 2014 (deel 1)

ma 20 okt 2014

Brein in onderwijs
Ria van Dinteren. Thema, 2014. ISBN 978 58 71826 6

Het onderwijs is continue aan verandering onderhevig. Door het bestuderen van leergedrag en het waarnemen van veranderingen worden telkens nieuwe onderwijsmethodieken ontwikkeld en toegepast. De neurowetenschap, waarbij het brein op wetenschappelijke wijze wordt onderzocht, vormt een aanvulling op dit bestaande systeem en de kennis die we reeds hebben. “Brein in het onderwijs” van Ria van Dinteren is, zoals de titel al doet vermoeden,  vooral geschreven voor opleidings- en onderwijsprofessionals werkzaam in of betrokken bij het voortgezet en hoger onderwijs. Maar ook wanneer je niet in deze specifieke branch actief bent, bijvoorbeeld als trainer van volwassenen of als ouder van een puber, krijg je als lezer goed inzicht in hoe het brein functioneert en het gemakkelijkst leert en zich ontwikkelt. En dat de hersenen zich kunnen blijven ontwikkelen! Het boek heeft 144 pagina’s  en bestaat uit 9 hoofdstukken. Na een inleiding en een hoofdstuk met een aantal korte casussen toegespitst op verschillende onderwijstypes, beschrijft Van Dinteren vijf breinprincipes uit de neurowetenschap: veiligheid, voeding, emotie, verbinding en verwerking. Principes die de voorwaarden vormen voor het goed kunnen leren. In de twee laatste hoofdstukken besteedt ze extra aandacht aan het puberbrein en beschrijft ze een toekomstige breinvriendelijke school. Aan het begin van elk hoofdstuk over breinprincipes start de schrijfster met een theoretische, neurowetenschappelijke beschrijving van het onderwerp. Deze informatie is binnen gekleurde kaders geplaatst en kan, indien gewenst, door de lezer worden overgeslagen, aangezien verder in het hoofdstuk onderdelen hieruit op een meer toegankelijke manier worden aangehaald. Met achtergrondinformatie krijgt de lezer meer inzicht in wat er precies gebeurt in de verschillende gebieden in de hersenen. Ieder hoofdstuk bestaat uit korte blokken uitleg en veel praktische tips. De schrijver stelt aan het begin en eind van elk hoofdstuk enkele denkvragen aan de lezer over de eigen aanpak. Aan het eind van iedere hoofdstuk wordt de behandelde stof uit het betreffende hoofdstuk én de stof uit voorgaande hoofdstukken herhaald.  Want: ‘’herhaling is de basis van leren en onthouden”! Achterin het boek, in een niet al te stevig plastic mapje, bevinden zich 14 breinkaarten, met hierop zeer praktisch nogmaals de breinprincipes, verschillende checklists en mogelijke toepassingen voor tijdens de lessen.De indeling met slechts 9 hoofdstukken, de toegankelijke schrijfstijl, veel subonderwerpen, tips, voorbeelden en herhaling van informatie, maken dit boek gemakkelijk leesbaar. Door de praktische tips en persoonlijke vragen daagt Van Dinteren de lezer uit om het geleerde zo snel mogelijk toe te passen in de eigen praktijk: op school, tijdens trainingen en, waar mogelijk, zelfs in privésituaties.

Nannette de Boer, kwaliteitsadviseur, trainer en coach

Het werkgeheugen – Gerichte ondersteuning bij leerstoornissen
Tracy Alloway. SWP, 2014.  ISBN 978 90 885 0485 3

Laat ik voorop stellen dat ik dit boek niet als specialist op dit gebied gelezen heb, maar als vader van een zwaar dyslectische dochter. De vragen die ik me dan ook voorafgaand aan het lezen gesteld heb, zijn:
  • Wordt in dit boek voor een leek een duidelijke uitleg gegeven over het verband tussen een leerstoornis, zoals dyslexie, en het werkgeheugen?
  • Herken ik hetgeen beschreven wordt?
  • Krijg ik inderdaad gerichte ondersteuning bij leerstoornissen, zoals de subtitel belooft?
De twee eerste vragen kan ik positief beantwoorden. Op de derde vraag kan ik slechts deels positief beantwoorden. Tracy Alloway behandelt in het eerst hoofdstuk het werkgeheugen: de werking ervan, de ontwikkeling vanaf kindertijd, het ontbreken van de samenhang met het IQ. In het tweede hoofdstuk gaat ze in op de diagnostiek: verbaal resp. visueel ruimtelijk werkgeheugen, leerstoornissen, diagnose.
In de vijf hoofdstukken die hierop volgen behandelt ze achtereenvolgens: dyslexie, rekenstoornis, dyspraxie, ADHD en de stoornissen in het autistische spectrum.  Deze hoofdstukken hebben gelijke opbouw: beschrijving van de stoornis, het gedragsprofiel, de diagnose, het betreffende brein, cognitief profiel, verwante stoornissen en strategieën.
Het achtste en laatste hoofdstuk gaat over strategieën en training voor leerlingen. Het boek is verrijkt met veel praktijkvoorbeelden, dat maakt het erg leesbaar en herkenbaar. Wetenschappelijke conclusies worden onderbouwd door verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek. Dit zorgt voor  een betrouwbare uitstraling. Simpele testjes worden aangereikt om stoornissen herkenbaar te maken. Heel plezierig: elk hoofdstuk wordt afgesloten met een korte samenvatting van hetgeen in dat hoofdstuk behandeld is.
De eerste twee hoofdstukken en een groot gedeelte van het hoofdstuk over dyslexie zorgen voor de beantwoording van mijn eerste twee vragen. Ik begrijp de samenhang tussen dyslexie en het werkgeheugen nu goed en ik herken het bij mijn dochter.
Het laatste deel van het hoofdstuk over dyslexie en het achtste hoofdstuk moeten zorgen voor de beantwoording op mijn derde vraag. Helaas slaagt Tracy Alloway daar niet in. Ze geeft wel een paar tips voor het toepassen van strategieën, maar deze tips gaan wat mij betreft niet ver genoeg. Dat is jammer. Kortom het boek geeft goed inzicht in de samenhang tussen het werkgeheugen en de vijf genoemde leerstoornissen. Het is geen uitgebreide handleiding voor het behandelen van kinderen met deze leerstoornissen.

Henri Haarmans CPF, zelfstandig facilitator, trainer en coach

Trainersboek Faalangst, examenvrees en sociale vaardigheden
Een praktisch handboek voor trainers in en buiten het onderwijs
Herberd Prinsen, Lannoo Campus, 2012. ISBN 978 94 014 2173 7

Dit trainershandboek wil een praktische gids zijn voor het opzetten van een training om te leren omgaan met faalangst, examenvrees en sociale vaardigheden. Bestemd voor begeleiders van jongeren in en buiten het onderwijs, De opzet van het boek is zodanig dat alleen die stukken gelezen kunnen worden die voor de begeleider van toepassing zijn. Het boek bestaat uit twee delen en begint met een algemene inleiding waarin naast begrippendefinities ook de basis onder het boek gelegd wordt. Een training op bovengenoemde gebieden is vooral gericht op het versterken van het zelfvertrouwen van de jongeren. Prinsen gebruikt hier als metafoor een barkruk voor, met als poten de relatie, competentie en autonomie van Luc Stevens. Dit drietal bevat niet alleen de basis voor een gezond zelfvertrouwen, maar is ook uitgangspunt van iedere bijeenkomst. Daarna wordt afgekaderd voor welke jongeren een training geschikt is. Hoewel dit een open deur lijkt, wordt de lezer ook nog een keer geattendeerd de valkuil van het “beter weten”. Als trainer kan je vinden dat een jongere een training nodig heeft, de basis voor een effectieve training ligt in de eigen wil van de jongere zelf. Daarna volgen een beknopte theorie over oorzaken van faalangst, examenvrees en moeite met sociale vaardigheden, de juiste signalen hiervoor en aandacht voor het gezin van herkomst van de jongere. Het dan volgende hoofdstuk besteedt aandacht aan de attitude van de trainer, diens eigen kwaliteiten en valkuilen en manieren om met weerstand om te gaan. Deel B van het boek beschrijft een schat aan werkvormen die gebruikt kunnen worden bij de start en afsluiting van de bijeenkomsten. Per “doelgebied” worden diverse interventies beschreven en de algemene opzet van bijeenkomsten wordt ook uitgebreid behandeld. De uitgebreide beschrijving van de werkvormen is zowel de kracht als de valkuil van dit boek. De veelvoud aan werkvormen is een uitgebreide inspiratiebron voor de trainer die voldoende achtergrondkennis heeft. Voor een beginnende trainer wordt net onvoldoende onderbouwing gegeven, waardoor de essentie van een oefening gemist kan worden. In de bijlagen worden allerlei voorbeeldbrieven en materialen beschreven. Het trainershandboek is een waardevol naslagwerk. Het geeft een goede samenvatting en samenvoeging van diverse relevante theorieën voor het werken met jongeren en biedt een inspirerende bron van werkvormen.

Jeanet Vroom – Kasper, onderwijskundige en kindercoach

Therapeutenhandleiding ADHD
T. Ehrlich en J.Hilbers. SWP, 2013. ISBN 978 90 885 0314 6

Therapeuten werkzaam in een instelling of eigen praktijk binnen de kinder- en jeugd psychiatrie kunnen met dit draaiboek een groepstraining opzetten voor kinderen met ADHD van het gecombineerde type en/of het overwegend hyperactief/impulsieve type aangeduid als ADHD. Bij de training hoort het Werkboek ADHD-groep en het verhalende kinderboek ‘Zo snel als een...’ In het draaiboek voor de groepstraining is iedere stap uitvoerig en volledig beschreven en bevat voorbeelden van ouderbrieven en –uitleg, vragenlijsten, diploma, diverse kaartjes en ophangposters die te downloaden zijn voor gebruik in de groep. De training bestaat uit vijf bijeenkomsten van elke 1,5 uur voor maximaal 6 kinderen, van 9 tot 12 jaar en wordt gegeven door twee hulpverleners/trainers. Doel van de bijeenkomsten is de kennis over ADHD van de kinderen te vergroten (psycho-educatie). Dezelfde auteurs hebben ook de boekjes (handleidingen) geschreven voor kinderen met ADD problematiek. De handleiding is beknopt, helder geschreven en geeft ook een positieve indruk over hoe kinderen in deze doelgroep, qua leeftijd en problematiek,  groepsgewijs kunnen leren. Zoals ook aangegeven in de handleiding, is de methode en uitkomsten onderzocht en ‘evidence based’ gebleken, in ieder geval wat betreft het vergroten van kennis over ADHD, wat ook het doel van de training is. Dat de training ook het zelfbeeld van de 9 tot 12 jarigen positief beïnvloed wordt wel aangenomen maar is (nog) niet bewezen. In ieder geval zijn zowel de deelnemers als ook de ouders, tevreden. Door dat het een groep gerichte training is, speelt herkenning, ‘ik ben niet de enige met ADHD’, onder andere een rol. Daarnaast ontstaat de indruk dat het ook ‘leuk’ mag zijn en werkt men tegelijk via een groep beloningssysteem aan de groepsregels zoals: goed opletten, nadenken alvorens.., samenwerken, rustig doen, aardig zijn naar andere kinderen en luisteren naar elkaar. M.b.v.  de ‘groepsthermometer’ houd men (trainers maar ook de kinderen) deze groepsvorderingen bij. Hetgeen ook weer het gevoel van veiligheid en saamhorigheid in de groep, maar ook structuur gevende elemente, kan bevorderen. Daarnaast gebruikt men ook ontspanningsoefeningen en worden ouders erbij betrokken, zowel schriftelijk als mondeling. Een leuke metafoor in het boekje is dat men mensen ook wel vergelijkt met auto’s. Mensen met ADHD zijn vaak Ferrari ’s, dit beeld wordt o.a. meegenomen in de uitleg over ADHD: het bedienen van het gaspedaal is nog een hele kunst.
Hoewel ik soms mijn twijfels heb over de diagnostiek bij ADHD problematiek, neemt niet weg dat dit voor deze doelgroep een leuk en werkzaam boekje is voor, met name, het vergroten van kennis over ADHD  bij deze kinderen van 9 tot 12 jaar.

Anton Boels, Psycho Sociaal Therapeut, Coach en Mindfulness trainer.

Leerboek Psychotherapie
Onder redactie van: Sjoerd Colijn, Hans Snijders, Moniek Thunnissen, Susan Bogels en Wim Trijsburg
Uitgeverij De Tijdstroom. ISBN 978 90 589 8156 1

Het ´Leerboek Psychotherapie´ is een omvangrijk boek van bijna 1000 bladzijden. Met recht een dikke pil, een bijbel voor het vakgebied, een body of knowledge and skills voor scholing en nascholing en een zeer uitgebreid naslagwerk voor professionals in de geestelijke gezondheidszorg.
Het boek is opgedeeld in drie secties; theorie, praktijk en professie. In de eerste sectie staat de beschikbare kennis over psychotherapie centraal. In dit deel zijn 23 hoofdstukken opgenomen. Zo vind je hier hoofdstukken terug die gaan over normaal of gestoord psychisch functioneren, fundamenten van de psychotherapie en het beïnvloeden van psychische veranderingsprocessen. Er wordt ingegaan op de onderscheiden componenten: ontwikkeling, neurobiologie, affectie, cognitie, gedrag, de interpersoonlijke component en de systemische component.  In het deel dat verhandelt over de fundamenten van de psychotherapie komen onder andere de therapeutische attitude aan de orde en wordt ook uitgebreid ingegaan op onderwerpen als veranderingen bij de patiënt en de therapeutische relatie. Het derde deel, vallend onder de theoretische sectie behandelt de onderwerpen die vallen onder het beïnvloeden van veranderingsprocessen.
In het praktijkdeel, dat ruim de helft van dit boek omvat, is een onderverdeling in vieren gemaakt: diagnostiek en taxatie, interventies in de praktijk, richtlijnbehandelingen en psychotherapie bij verschillende doelgroepen. Voor veel behandelaars zal dit het meest aansprekende hoofdstuk zijn, omdat je hierin deelgenoot wordt gemaakt van de vele mogelijkheden en handvatten voor de praktijk. Onderverdeeld naar soort problematiek, worden de protocollen geschetst en richtlijnen voor behandeling gegeven. Een mooie onderverdeling, die op heldere wijze inzicht geeft in de diversiteit aan behandelingen met hun kracht, maar ook hun beperkingen. Angstproblematiek wordt bijvoorbeeld goed behandeld (door onderzoek ondersteund) met cognitieve therapie, maar ook met gedragstherapie, EMDR en TCT (taak concentratie training). Ook wordt in dit boek aandacht besteed aan verschillende veelbelovende behandelvormen als mindfulness, emotion focussed therapy (EFT) en oplossingsgerichte therapie waarna afgesloten wordt met een hoofdstuk over hoe psychotherapie toe te passen, wanneer de richtlijnen geen oplossing bieden.
De derde en laatste sectie gaat in op de Professie, het vak van psychotherapeut. Hierin komen juridische en ethische aspecten van de beroepsuitoefening aan de orde, is een hoofdstuk gewijd aan de opleiding tot psychotherapeut en wordt verder ingegaan op supervisie en leertherapie.
Onbetwist rijk aan informatie, waarin je vragen rondom psychotherapie en/of behandeling, beantwoord zult zien. Wat lay-out betreft behoorlijk sober. De diverse opdrachten, casussen en voorbeelddialogen lijken op het eerste gezicht over te gaan in de lopende tekst, wat het geheel een wat zakelijk en functioneel voorkomen geeft.  Een enkele zwart wit illustratie is opgenomen en ook van figuren wordt spaarzaam gebruik gemaakt. Of je dit van A tot Z zult lezen, vraag ik mij af. Dat je het geregeld op zult slaan kan ik me goed voorstellen.

Audrey de Jong

Patronen doorbreken
Negatieve gevoelens en gewoonten herkennen en veranderen
Hannie van Genderen, Gitta Jacob & Laura Seebauer. Nieuwezijds. ISBN 978 90 571 2355 9

Een handzaam boek, geschreven door klinisch psycholoog en coördinator research development & education bij de Riagg Maastricht (Van Genderen) en twee psychotherapeuten (Jacob en Seebauer), verbonden aan de universiteit van Freiburg. Een boek dat zowel aansprekend is voor de lezer zelf, als zelfhulpboek, en eveneens goed in te zetten is wanneer je werkt met cliënten/coachees door de heldere omschrijvingen, achtergrondinformatie, voorbeeldcasussen, aansprekende cartoons, schema’s, werkbladen (voor gebruik te downloaden via de website van de uitgever) en online invuloefeningen.
In ´Patronen doorbreken´ gaat het om het achterhalen van de oorsprong van gedragspatronen en deze doorgronden. Gedragspatronen die er iedere keer voor zorgen dat dezelfde fouten worden gemaakt of die telkens weer de kop opsteken en hardnekkige patronen vertonen. Na een duidelijke inhoudsopgave, waarbij de elf hoofdstukken meteen een overzicht geven van wat in dit werk te vinden is, wordt in de inleiding gestart een casus. Na de beschrijving van deze casus wordt doorgegaan op een relatief nieuwe vorm van psychotherapie: schematherapie. Uitgangspunt in deze vorm van therapie is dat, om nieuwe patronen te ontwikkelen (en neurologisch: aan te leggen), er eerst inzicht en begrip moet zijn over de niet gewenste patronen en hoe deze zijn ontstaan en in stand worden gehouden. Circa de helft van dit boek (deel I) gaat in op de patronen (modi) en geeft duidelijke richting aan hoe je hierachter komt. De hoofdstukken in dit eerste deel behandelen de Kindmodi (het gekwetste kind, het boze- en impulsieve kind en het gelukkige kind), de Oudermodi (de veeleisende ouder, de schuld inducerende ouder en de straffende ouder), de Overlevingsmodi (onderwerping, vermijding en overcompensatie) en de Gezonde Volwassenemodus.
In het tweede deel van het boek komen de manieren waarop stap voor stap patronen te veranderen zijn aan de orde. Het schemamodusmodel vormt hiervoor uitgangspunt, waarbij schemamodus (gemoedstoestand, gedragspatroon) verwijst naar een hardnekkig patroon dat ervoor zorgt dat steeds weer tegen dezelfde problemen aangelopen wordt. Gedachten en gevoelens worden in een dergelijk schema samengevat en de herkomst ervan wordt weergegeven. Om de modi te veranderen worden in dit tweede deel oefeningen gegeven die veranderingen op drie niveaus bewerkstelligen. Het cognitieve niveau grijpt in of gedachten, het emotionele niveau sluit aan bij het aanbrengen van veranderingen op gevoelsgebied (hier worden veel verbeeldingsoefeningen gegeven) en het handelingsniveau verschaft allerlei oefeningen op het gebied van gedragsverandering, waarmee vastgeroeste patronen doorbroken worden. Door de praktische opzet en vele voorbeelden, makkelijk te lezen, goed te volgen en vooral meteen toe te passen.

Audrey de Jong